Betaalde sex limburg kim holland pjes

Je vriendin laten neuken hete wijven neuken

Het zal je dan ook goed doen om nu snel van de snapchat seks te genieten. Op deze website worden anonieme profielen toegestaan, zo kun je zonder dat iemand het weet gebruik maken van onze site. Wil jij ook weten wat de andere voordelen zijn? Er zijn bijvoorbeeld strenge controle-checks op fakers, neppe accounts, oplichting etc. Ook is de site mobiel goed bereikbaar, dus je kunt echt overal chatten en daten. Alle voordelen van snapsex ontdek je meteen als je hier bent aangemeld. Dus wacht niet langer en ga je nu gratis aanmelden en gratis van de site gebruik maken.

Deze datingsite heeft een Nederlandse helpdesk, dus voor vragen of problemen met je account kun je direct contact opnemen met een Nederlandse helpdesk.

Je komt er nu achter wat de snapchat sex met je gaat doen als je je nu aan gaat melden! Laat je maar eens goed verwennen en laat je maar eens gaan. Zeker weten dat je er geen spijt van zult krijgen.

Je kunt nu bij Snapsex. Ontdek het daarom nu zelf wat snapsex met je gaat doen. Het zou zomaar kunnen zijn dat je het erg spannend vindt en niet meer anders wilt. Het is een grote community van vaste bezoekers waar je snapchat sex kunt kiezen. Lees de advertenties maar eens door en dan zie je dat veel mensen op zoek zijn naar SnapChat Sex.

De hoogste tijd om nu zelf mee te doen en te genieten. Op deze site worden anonieme profielen toegestaan, zo kun je zonder dat iemand het weet gebruik maken van deze site. Alleen maar in jouw voordeel. Ook is er een strenge controle-check op fakers, neppe accounts, oplichting etc. Ook dat geeft je een vertrouwd en veilig gevoel, zodat jij zorgeloos kunt genieten van de snapchat sex. De werklieden zijn daarenboven over zooveel perken ver- deeld, en vele hebben zoo verschillende belangen dat aan een- heid onder hen niet gedacht kan worden.

In het werk van Dr. Een ander had ten doel aan de perkeniers vrije beschik- king te laten over het product, hen te ondersteunen in het verkrijgen van vrije arbeiders , zoolang zulks noodig zou zijn , en dan in plaats van het product tegen lage betaling aan het gouvernement te doen leveren , te heffen eene evenredige grond- belasting. Eindelijk doelde een derde ontwerp op het aangaan van kontrakten voor de levering van muskaatnoten en foelie, op gelijksoortige wijze als de suikercontracten op Java.

De Heer Bleeker beschrijft verder de gevolgen en uitkom- sten van elk dezer ontwerpen en meent dat de beste wijze zou wezen, de perken tegen schadeloosstelling van de per- keniers over te nemen , ze daarna te verpachten en den pach- ters vrije beschikking over het product te laten.

Voorzeker schoon zouden de veranderingen zijn, welke door zoodanige regeling, op duidelijke en aannemelijke gron- 40 den worden voor8{ eld, maar het hoofdbezwaar zou altijd blijven liggen in de moeijelijkheid om werkvolk te erlan- gen ; wanneer het gouvernement nu reeds met moeite daarin voorziet, dan zal een particulier of pachter nog veel meer zorg en zeker hoogere betalingen moeten besteden ; zonder werkvolk geen product en zonder dit laatste zal de pachter on- getwyfeld in gebreke blijven den bedongen pachtschat te vol- doen , die dan of verloren is voor de staatskas , of waarvan de geregtelijke invordering , pachter en borgen te gronde rigt met totale verwaarloozing der kuituur.

De bereiding van het product dient bij elke regeling door de zorg van 's lands ambtenaren te geschieden ; de goede naam der Bandasche specerijen moet voor Nederland bewaard blij- ven en niet ten koste van eenige honderden guldens voor immer worden opgeofferd.

De stand van zaken opzigtens de notenkultuur op Banda vordert volgens velen , verandering ; een stelsel van monopo- lie, een servituut op zoogenaamden particulieren grond, zijn termen, die met den tegen woord igen tijdgeest niet strooken.

Omstreeks 1 ure in den namiddag waren Zyne Excellentie en het gevolg weder te huis. De zoogenaamde Achterwal biedt fraaijere natuurtooneelen aan , dan op den Yoorwal gezien worden ; het terrein is ook meer heuvelachtig en volgens het oordeel van enkele aan- dachtige opmerkers scheen het, dat da notenboomen hier zwaarder beladen waren met vruchten.

Tusschen de perken Comber en Keizerstoren liggen twee groote rotsblokken naast elkander. Volgens overleveringen zouden die blokken vroeger te zamen gevoegd geweest zijn. Het reizen in draagstoelen is in de Moluccos, en meer bijzonder op de Banda- en Ambonsche eilanden, het gewone transportmiddel voor vreemdelingen: In de volgende regelen van dit werk , bij het behandelen der Ambonsche zaken, zal het onderwerp der draagstoelen en transportmiddelen nader ter sprake komen.

Deze dsLS werd besloten met een thëdansant aan de insre- ze tenen van Banda; de keurige toilettender dames lieten zien dat de afgelegenheid dezer eilanden geen hinderpaal is tot ver- krijgen van mode- en luxe-artikelen.

Na het dejeuner te hebben gebruikt , werd omstreeks half een ure tot embarkement en voortzetting der reis naar Amboina overgegaan ; ambtenaren , officieren en ingezetenen wa- ren weder in het residentiehuis vereenigd om Zijne Excellentie den Opperland voogd hunne hulde te betoonen en hunne dank- baarheid voor dit vereerend bezoek van Zijne. Excellentie te doen blijken. Dezelfde eerbewijzen van de inlandsche hoof- den en bevolking, als op den dag der aankomst, werden ook nu weder tot aan het havenhoofd gegeven.

Aan boord van het stoomschip Java gekomen , aanvaardde Zijne Excellentie de dankbetuiging des Resideats , voor de bijzondere onderscheiding aan dit gewest door Zijne Excellentie 's reis te beurt gevallen , waarop in even minzame als hartelijke bewoordingen door Zijne Excellentie tevredenheid betuigd werd over den staat, waarin de residentie Banda thans blijkt te verkeeren en eindelijk vaar- wel werd rrezeo'd aan den resident H.

A, van der Goes o o en de verdere heeren , die naar den wal terugkeerden. Vertrekkende van Banda's reede werd door het Oostergat tusschen Neira en Poeloe Pisang gestoomd om den Goenong Api ook aan de noordzijde te kunnen beschouwen. De kuUnur en bereiding van notenmuskaat en foelie zijn ge- 43 wis 'het voornaamste, dat van de Ba'nda- eilanden beschreven kan worden; omtrent eenige andere aangelegenheden dier ei- landen kan de vermelding beknopter wezen.

Later aangekomen zwervers van alle plaatsen uit den In- dischen archipel, aangevoerde slaven en de Europesche diena- ren der Oost-Indische Compagnie hebben het tegenwoordige geslacht voortgebragt. De hieraan gehechte staat wijst het cijfer der bevolking over eenige jaren aan: De Europeanen en mestiezen, zoo ook de Inlandsche Chris- tenen nemen afwisselend in aantal toe en af. Aan de Bandasche burgers en verdere inlandsche bevolking zijn steeds zeer weinige goede eigenschappen toegeschreven ; hooghartigheid en luiheid zijn telkens genoemd geworden als de oorzaken van den minvermogenden staat en als de hinder- palen , die aan verbetering der stoffelijke welvaart in den weg staan.

Hoewel voor een groot deel uit slaven geboren, ver- afschuwen zij den arbeid , als zijnde die alleen voor den slaaf en niet voor den vrijgeboren burger. Liever zullen zij gebrek lijden , dan zich in dienst begeven van ambtenaren of particu- lieren. Te regt schreef vóór vele jaren een landvoogd van Ban- da, dat het tot nijverheid opwekken der Bandasche burgers hetzelfde is , als te willen , dat de casuaris den arend navliege.

Bij de inlandsche Christenen bestaan die ondeugden in nog grootere mate dan bij de Mahomedanen , bij welke laatste en- kele gevonden worden, die zich als bedienden of boodschap- pers verhuren.

Landbouw en nijverheid kunnen met vooruitzigt op goed gevolg op de Banda-eilanden beoefend worden. De gronden op Banda Neira en Groot Banda mogen grootendeels door dé specerijkutuur ingenomen zijn en uitsluitend daarvoor bestemd blijven ; Goenong Api levert aan den voet gelegenheid genoeg op tot den aanleg van tuinen , hetzij voor groenten , klapa , kakao of andere producten ; het eiland Bun , hoewel op eenige uren afstands van Neira, biedt eerstens een weinig deugdzaam timmerhout aan en bezit overigens goede gronden, ook voor de specerij kuituur, die daar in vroegere eeuwen niet min- der bloeide dan op de andere Banda-eilanden; mogten voor de eerste ontginning gelden noodig zijn, dan zouden eenige perkeniers, die zich reeds vóór vele jaren tot exploitatie van Run aangeboden hebben, niet ongenegen worden bevon- den om de onderneming te deelen.

Het gebrek aan water, dat gezegd wordt op Bun te be- staan , maar hetgeen nog niet bewezen is , kan , even als op het eiland Aij plaats vindt , verholpen worden door de plaat- sing van ruime regenbakken. De uitoefening van ambachten en handwerken zou op Banda 45 In groote behoefte voorzien ; door het weder openen der vaart met jonken en praauwen op de zuidwester-eilanden kan» met den aanvoer van rundvee en schapen ruime winst be- haald worden; het kweeken van pluimvee kan groote voor- deelen opleveren, en zooveel middelen meer, liggen als het ware voor de hand, om aan velen een goed bestaan te ver- schaffen , doch alles stuit af op de luiheid , op de verkeerd geplaatste trotschheid dier onglukkigen.

Buiten de specerijen leveren de Banda-eilanden weinig an- dere kuituur op. Op ultimo bedroeg het aantal klapaboomen op de Ban- da-eilanden totaal vruchtdragende en niet vruchtdragende. Olie wordt daarvan op de Banda-eilanden niet bereid. Van Ceram en Keij wordt Banda voorzien van klapa-olie. Op het eiland Rozengain worden eenige aanplantingen van djati-boomen gevonden, bedragende circa hoornen en boompjes, zijnde bijna het driedubbele van hetgeen in werd opgegeven ; jaarlijks worden nog 3 a plantjes inge- boet; op de andere eilanden wordt die kuituur niet onderno- men, op groot Banda en Neira, waarschijnlijk niet, omdat de scherpe stoffen, die bij verrotting der afgevallen djatibladeren in de aarde trekken, nadeelig op den notenmuskaatboom zou- den influenceren.

Tot nog toe levert eerstgenoemd eiland geen rijp hout voor den huis bouw ; het eiland run bevat eenige goede houtsoorten doch in geringe hoeveelheid. De veestapel is op Banda van luttel beteekenis. Door de op- zieners bij de kuituur. Ti O o opziener van Rozengain. De straffen in opgelegd, bedroegen bijna negen maal zooveel als die in , en verminderden in het volgende jaar weder met meer dan een derde gedeelte.

Vooral springt in het oog de enorme vermeerdering van , op Aij tusschen en om in weder tot het oude getal terug te keeren.

Ook de activiteit der opzieners om straffen op te leggen, schijnt toenemende te wezen. De jaren en volgende toonen nog al aanmerkelijke verschillen.

Neemt men bij deze cijfers in aanmerking het aantal der bevolking, dan blijft de verhouding niet ongunstig; de straffen door op- zieners bij de kultures opgelegd, betreffen alleen de perkar- beiders , en wel huurlingen , diq altijd als slechts uitvaagsel ge- noemd zijn. Het aantal dezer lieden in de perken, buiten Aij , was in de jaren: De werkzaamheden van den Baad van Justitie te Banda 'toonen mede veel verschil aan.

De vonnissen in strafzaken zijn onderworpen aan revisie. Behalve den Resident als voorzitter zijn bij den Raad van Justitie te Banda zes leden. Dit aantal van zeven regters wordt thans veel te groot geacht, voornamelijk omdat het moeijelijk voltallig is te hou- den, en onmogelijk kan worden zamengesteld , overeenkomstig de voorschriften, uit vier der voornaamste ambtenaren, ééa officier en twee perkeniers of onbeambte burgers.

Sedert vele jaren behoort de grootste helft der leden tot den stand der perkeniers of andere ingezetenen. Dezelfde moeite om de Europesche regtbanken voltallig te houden bestaat te Ambon en te Ternate , waar het aantal leden buiten den president slechts drie bedraagt. De handel op de Banda-eilanden bestaat hoofdzakelijk in 51 don aanvoer van lijnwaden , eetwaren en benoodigdheden voor Let dagelijksch leven.

De in- en uitvoerwaarde is als volgt opgegeven: Onder de invoerwaarden is begrepen de waarde der rijst ,' welke door den aannemer der leverancie wordt aangebragt en op ongeveer ƒ h ƒ , kan worden gesteld. De uitvoerwaarden zijn gedeeltelijk van voortbrengselen van de omliggende eilanden , voornamelijk: De uitgevoerde specerijen zijn onder bovenstaande cijfers niet begrepen.

Het aantal aangekomen en vertrokken schepen is hier- onder vermeld. Laad- ruimte in lasten. De ingezetenen vau Banda, die raschepen, eene bark en eene schoener in bezit hadden , hebben zich in het jaar daar- van ontdaan, omdat hun de gelegenheid en de middelen tot reparatie ontbraken. Later schynt de handelsvloot van Banda weder geboren te wezen ; althans in lag eene schoener ter reede , welke gezegd werd aan een' Europeeschen koopman te Banda Neira te behooren.

Niet alleen te Bandia, maar ook op- de andere hoofdplaat- sen in de Moluccos is hetzelfde verschijnsel waargenomen, waarbij ook nog komt dat de geregelde vaart , aan elders ge- vestigde kooplieden , schoone gelegenheid oplevert om met be- langrijke facturen lijnwaden en andere artikelen rond te rei- zen en zoowel in het groot aan den handelaar, als in het klein aan den geringen man , hunne waren af te zetten , door welke wijze van handelen zij zich van bijna de geheele om- zetting verzekeren.

De schepen , die rijst of steenkool naar de Moluccos bren- gen , zijn ook doorgaans het eigendom van , of worden gevoerd door Arabieren; van die gelegenheden wordt op dezelfde wijze tot den handel in lijnwaden enz.

Dit zijn trouwens verschijnselen in den handel , die moeije- lijk te beletten zijn. Het regt tot den verkoop van arak en andere sterke dran- ken is het eenigo middel, dat verpacht is.. Op de eilanden Aij , Bozengain en Groot Banda worden goede kerkgebouwen aangetroffen. In de ruïne der kerk te Neira wordt een twintigtal grafzerken gevonden met opschriften ; de oudste daarvan dagteekent van 15 Sep- tember Nu de kapitalen , die aan de perkeniers onder verband hunner perken waren ter leen gegeven, door de hulp van het Grouvernement zijn afge- lost , zal de som , die jaarlijks aan renten bij deze fondsen werd gewonnen, aanmerkelijk verminderen, doch de noodza- kelijke uitgaven kunnen uit kapitaal en jaarlijksche inkomsten voldoende bestreden worden; bij vele diergelijke fondsen schijnt altijd de lust tot kapitaliseren hef voornaamste doel te wezen, om alleen met renten de uitgaven te kunnen volhouden; zoo- lang die renten geen voldoend cijfer bedragen, wordt cene noodige gift of aanwending eener som tot andere nuttige einden wel eens niet gedaan ; waartoe die groote kapitalen dienen en of de gemeente, die het geld bijeen bragt zulks wenscht, is zeer twijfelachtig.

Te Banda bedraagt de jaarlijksche onderstand aan armen , uit de diakönie- kas ruim ƒ ; andere uitgaven bedragen gemid- deld ƒ Het getal bedeelden bedraagt doorgaans van 20 tot 24, voor toelage aan schoolmeesters en bedienden wordt de andere som besteed.

Het diakönie- fonds is in de laatste 20 jaren met meer dan ƒ vooruitgegaan. Luidens de indeeiing , welke dagteekent van het jaar , zijn ze de volgende; het oostelijk deel vau Ceram van Tobo op de zuidkust, oostelijk tot Waroe op de noordkust, Keffing, Geram-laut, Gisser, Goram, Keij en Aroe en in het algemeen de overige van Banda oost- en zuidwaarts gelegene kleine eilanden, van ouds bekend onder den naam van Zuid- ooster- en Zuid-wester-eilanden.

Zyne afwezigheid van de hoofplaats Neira mag niet van langen duur zijn, uithoofde der velerlei andere ambtsbezigheden, die hem zijn opgedragen; de genoemde ei- landen zijn niet zoo nabij gelegen om den tijd der reis vooraf te kunnen bepalen, hetgeen eerstens afhankelyk is van den staat van zaken, die daar wordt aangetroffen, en ten anderen van weer, wind, stroom en andere wisselvalligheden, waar- mede zeilschepen doorgaans te worstelen hebben.

Alleen door enkele , van tijd tot tijd , te Banda ten handel komende regenten, bleef de gelegenheid open om iets van die plaatsen te vernemen. De Assistent Resident C. De aanteekeningen van den heer Bossoher over Oost-Ceram onz. Zrjne persoonlijke bevinding mede te deolen zou grootendeels eene herhaling wezen van hetgeen reeds vroeger is geschreven; niettemin vleit hij zich dat de volgende op- gaven tot aanvulling en uitbreiding van het bestaande kun- nen bijdragen.

Het eiland, dat op de kaart vaa Gregoky, Klein Kefüng, genoemd wordt, is het eiland Keffing; het op die kaart meer nabij de kust geplaatste Groot Keffing is geen eiland ; dit is de zuidoosthoek van Ceram. Ia die soengies 9taan eenige huizen op, hooge palen , uitmakende de negorijen Groot Kwam- mor en Klein Kwammor ; eene straat Salila , zoo als die op de kaart , tusschen Ceram en groot Keffing geplaatst is , be- staat niet: De namen der negoryen en kampongs op Oost-Ceram enz.

Namen der Terschil- lende kampongs. KWAOS, onder beütuur vau een' radja. Bato Assa Ossong Tobo Kissalau , woonplaats van den radja Toem Alfoerscbe kampongs niet alle bekend bij naam Celor Kilmoeri , woonplaats van den radja Lokon Guelte goelie Kwammor groot id. Orang toa Majoor Kapitein Orang tua Kapitein. Vroeger door een' orang. Het aantal Alfoeren fs niet bekend ; voor el- ke kampong zal een 20 tal niet te veel zijn.

GAH , onder be- stuur van een' orang kaja. WAROE, onder bestuur van een' orang kaja. Kailessi Denama Troi, woonplaats van den orang kaja. Erlan Kilmoel, woonplaats van den orang kaja.

Anlen Kadar Davras Kofara, woonpla«its van den orang kaja. Bauwalong Romotoros Siwing Siwing Gah , woonplaats van den orang kaja. Kilwaroe , woonplaats van den radja. Deze opgave verdient weioig vertrouwen. Behalve den titel van radja of orang kaja, zooaU op do Uliassers gebruikelijk is, noemen de besturende of onderge- schikte hoofden zich op enkele plaatsen majoor of kapitein; op ëëne plaats, sengadji.

Omtrent de wijze van bestuur worden door de hoofden alleenlijk de gewoonten gevolgd en de lands iBs tellingen zoo- veel mogelijk in stand gehouden. Goede wil bestaat bij de hoofden in genoegzame mate om van hen de naleving van bevelen te mogen verwachten , na- melijk wanneer zij in hunne daden bewaakt worden. Van geestvermogens zijn zij ook niet geheel ontbloot en het besef der waarde van een ordelijk , regelmatig bestuur is bij hen even goed als bij meer beschaafde volken doorgedron- gen, zooals onder anderen kan blijken bij die regenten, die eenige malen te Ambon kwamen en de negorijen aldaar be- zochten , van waar zij veel goeds overbragten in het beheer der hun aanvertrouwde landschappen.

De strandbe volkin g van Oost-Ceram, Ceram-laut en do Goram-eilanden stamt af van de voormalige bewoners der Ban- da-eilanden , die na de oorlogen met de Nederlanders derwaarts zijn uitgeweken ; het tegenwoordige geslacht is echter voort- gesproten uit eone vcrmengiDg met vele andor-ci natiën , da Makassaarsche en. Voor niets ter wereld hebben zij meer vrees dan. De ongelukkige, die aangetast is-,, blijjft geheel «illeea in, zijne woning , door iedereen verlaten ; zoodra zich een of meer gevallen voordoen , vlugten de gezonden naar de bosschen en wildernissen, al hunne bezittingen, kleederea, huisraad, ajiles achterlatende; De zieken blijven alleen ; zy.

Op bet eiland Keffing is de sterf- te , in bet jaar , aan de pokziekte zoo groot geweest , dat bij de geringe oppervlakte van bet eiland , bij bet delven van graven , telkens op balf vergane lijken gestuit werd , tot dat zicb eindelijk een graf ontsloot waarin negen doodsboofden ver- eenigd waren. Dit scbeen een goed teeken en de ziekte was weldra geweken! Van KefQng of de andere kleine eilanden kun- nen de gezonden moeijelijk vlugten bij bet uitbreken der ziek- te, omdat zij nergens aan de stranden worden toegelaten, uitboofde der gewoonte dat iemand , die uit eene negorij komt waar de pokken beerscben, niet wordt ontvangen; zelfs de bewoners van bevrijd gebleven negorijen, die om de eene of andere reden de aangetaste negorij bezocbt bebben , mo- gen niet in bunne woonplaats terugkeeren vóór dat de ziek- te gebeel geweken is.

Er bestaan voorbeelden dat praauwen van de stranden zijn geweerd met scbietgeweer, omdat ze vlugtelingen bevatteden uit aangetaste negorijen.

De geaardbeid dezer bevolking is meermalen besebreven als losbandig, lui, weerspannig, bijgeloovig, zedeloos, tot misdaden in staat , steeds geneigd om bij do minste gescbil- len de wapens op te vatten en den strijd aan te vangen met naburige negorijen; de boofden doen zicb kennen door kno- velarij en tirannieke bandelingen.

Is dit oordeel streng en mis- scbien te streng te noemen voor de geringe kennis, die tot dusverre verkregen is, grootendeels is bet niet overdreven. Het is trouwens niet te verwacbten dat bier eene ordelijke maatschappij zou bestaan; de bevolking der noordoostkust vond in vroegere jaren baar grootste middel van bestaan in zeeroof en gewelddadige togten naar de naburige eilanden , zelfs naar de kusten van Nieuw Guinea ; die van de oost- en zuidkust badden voortdurenden krijg te voeren met de eilanders van de Geram-laut en Goram-groepen en ook met die der ver- der oostwaarts gelegen plaatsen.

Zij vreezen de nabijheid van. De- zelfde vrees koesteren zy voor het Walila gebergte ; de bewo- ners der zuidkust vermeenen dat het hun verboden is over dit gebergte, naar het noorderstrand te gaan, en dat ziekte of dood de straffen daarop zouden wezen. In het jaar zagen echter een groot aantal regenten en minderen zich ver- pligt dien togt te maken zonder dat zij nadeelige gevolgen daarvan ondervonden.

Toen de radja van Kilmoeri , eene negorij op de zuidkust , door de pokken was aangetast en zijn einde naby scheen , werden twee vrouwen, moeder en dochter, beschuldigd booze geesten te zijn en de oorzaak té wezen der ziekte ; uit haar huis gesleept, werden zij aan de baileo negorij's vergader- plaats gebonden en na vier dagen veroordeeld , gewurgd te worden , hetgeen aan de moeder werd voltrokken , zijnde Ine t der dochter gelukt te ontvlugten ; de radja stierf.

De Alfoeren erkennen en eerbiedigen een onzigtbaar Op- perwezen , dat al hunne handelingen. Een ruim veld ter bearbeiding , voor evangelie-verkondigers van den waren stempel! Mannen als Ottow en Geisler zouden hier van veel nut tot voorbereiding voor het christen- dom kunnen zijn. De taal der Oost-Cerammers enz. Zij hebben echter een dialect, dat veel overeenkomst heeft met hetgeen op Ambon en Saparoea gesproken wordt; nasporin- gen daaromtrent bleven zonder resultaat. De huizen op Oost-Ceram en verdere eilanden zijn meestal van gaba-gaba tak van den sagoboom en atap, met houten stalen, of van ander ligt materiaal.

Oost-Ceram is over het algemeen heuvelachtig, op sommige plaatsen met ruime vlakten , elders weder , digt nabij het strand , steil bergachtig. De hoogste berg is de Salogor of Monnikskap , naar gissing voeten hoog; deze berg is zwaar begroeid, laat echter op verscheidene plekken, vooral nabij den top, blooten kalksteen zien. De bergen Gettah en Soeroe, van iets mindere hoogte , liggen digt bij den Salogor ; verder eindigt hier het hooge gebergte, dat in de geheele lengte van het eiland het zuider- van het noorderdeel scheidt , hetwelk verschillende na- 68 men draagt eo hier Walila genoemd wordt.

Op eene voetreis door het binnenland ran Toem aan de zuidkust, tot Waroe aan de noordkust, door schrijver in het jaar rolbragt, liep het pad, uren aohtereen, door digte wouden waarin het fraaiste hout in massa voorkomt. Onder de reuzenstammen , die in dit gebergte gevonden wor- den , is vooral de patolaboom veel voorhanden ; de stam is zui- ver rond, glad en kaarsregt, soms 90 h voeten hoog, vóór dat de takken zich uitspreiden; het hout ia verbazend hard, en fijn van nerven; schatten aan deze en andere hout- soorten zijn uit dit bosch te halen.

Het is opmerkelijk , dat in dit gedeelte van Ceram niet gevon- den wordt de kajoepoetieboom , die op de Ambonsche eilanden , op West-Ceram en Boeroe zooveel wordt aangetroffen ; de aan- wezigheid van dien boom is gewoonlyk het teeken van onvrucht- baarheid van den grond. Buiten pisang en doerian zijn zeer weinig vruchtboomen op deze eilanden ; alleen de klapaboom staat in menigte overal langs en naby de stranden.

De uitvoer van klapavruchten en olie, die trouwens zeer slecht bereid is, is niet onbelangrijk; hoofdzakelijk geschiedt deze naar Banda. De MasiwJang is de voornaamste der drie ; zij ontspringt uit het groote centrale gebergte , heeft daar den naam van Waisisa, vereenigt zich vetder met de riviertjes Waiweni en Waikali, krijgt alsdan den naam van Masiwiang en loopt aan de noordkust van Ceram, tusschcn Gab en Waroo, in zee.

Kilwaroe is eeoe barre zandplaat met weinige verheven- heid boven het zeevlak; de huizen staan op palen, de wa- terputten welke hier gevonden worden, geven slecht, brak water. Gisser is niet veel beter ; het is een weinig meer begroeid , maar doorgleden van kanalen ; zoet water wórdt er niet gevonden.

De regenmousson wordt hier gerekend van November tot Februarij ; ook in de maanden Julij en Augustus regent het gewoonlijk veel. De vischvangst wordt zeer zelden op Oost-Ceram enz.

Makassaren, Binongkorezen en Gorammers voe- ren belangrijke hoeveelheden sago uit naar de Aroe-eilan- den, Banda, Ambon en Makasser, waar dit artikel steeds zeer gewild is. De Cerammers zelve houden zich met dien handel niet veel op, maar bepalen zich alleen tot den ver- koop of tot het ruilen tegen lijnwaden, ijzer- en koper- werk.

De bewoners van Ceram-laut bezitten even weinig handelslust ;. Het is eigenlijk een doorvoerhandel , die hier gedreven wordt en meer in handen van Boeginezen en an- dere vreemdelingen dan in die van de Cerammers is.

Door Boe- ginezen en anderen worden te Kilwaroe jaarlijks van Nieuw Guinea aangevoerd, gemiddeld drie pikols schildpad, zeven honderd pikols tripang en zeven honderd pikols masooi, be- nevens eenige vogelnestjes en doode paradijs vogels , ten geza- menlijke waarde van ruim f 60, De invoer geschiedt meest door Boeginezen , die hunne waren in het groot afzetten bij landgenooten , die hier sedert eenigen tijd gevestigd zijn, en daarvoor, behalve de van Nieuw Guinea aangebragte goederen , ook sago opkoopen.

Een voornaam artikel van invoer op Ceram , Ceram-laut en Goram is de opium , die daar veel verbruikt wordt. Er is bijna geen oord in Indië waar de Boeginees niet gevonden wordt ; zijne ondernemingszucht , zijn stout zeevaren , zijn handelsgeest voeren hem naar alle oorden en het liefst daarhenen , waar hij weet dat geen Europeesch gezag gevestigd is , waar hij zijne bedriegerijjen zonder schroom kan voortzetten en onder allerlei voorwendsels zich ten koste der bevolking kan verrijken ; waar hij onder het masker van vroomheid en godsdienstijver zich in het inlandsch bestuur weet te dringen ep eindelijk meester wordt van alle gezag, èn hoofden èn bevolking aanspoort toli minachting en wering van alle andere autoriteit.

Een voornaam handelsartikel van Goram enz. Ver- mits de pandanbladeren spoedig vocht aantrekken en ongedierte verwekken , zijn deze overigens zeer aardige doozen ongeschikt tot het bewaren van kleederen of papieren. Daarentegen biedt de Ceram-laut-groep twee goede lig- plaatsen aan; de eerste is tuaachen de colanden Kilwaroe en Gisser , waar in vijf tot twintig vademen , goede ankergrond ge- vonden wordt.

Göram heeft vöór de negorijen Ondor en Kalaikat, goede ankerplaatsen, die echter ook met riffen omgeven zijn en niet dan met veel zorg kunnen genaderd worden. Om de plaats te weten te komen waar steenkool gevonden zou zijn , moesten allerlei toezeggingen en eindelijk bedreiging plaats hebben.

Hetzelfde gebeurde in de naaporing naar andere 9: Na Tehor , Boen , Kamer , Koor en eenige andere kleine landstrooken komt de groep der Keij- eilanden opdagen. Het is moeijelijk op ëën reis al de Keij-eilanden , met zeil- schepen te bezoeken; in den westmousson is het eene en in den oostmoesson het andere gedeelte ontoegankelijk. De meest volledige kennis, die tot nog toe van deze ei- landen is verkregen , is te danken aan den heer C.

Bossgher , die in het hiervoren aangehaalde tijdschrift eene belangrijke bijdrage daartoe geleverd heeft. De grondgesteldheid is op de meeste plaatsen zeer vruchtbaar. Thans zijn zij zonder ophouden in oorlog met andere volken, zelfs met die der meer afgelegene Tenimber-eilanden , welke omstreeks veertig geographische mijlen van hen verwyderd zijn , terwijl 75 zij ottderÜDg gednrig elkander bevechten om de onbeduidendste redenen.

Maar bij deze en dergelijke oorlogen , Lier en op zoovele andore eilanden, tusscben de verschillende inlandsche volk- stammen, moet wel begrepen worden, dat dit niet is eea geregeld leveren van gevechten met vereenigde magt, waar- bij veel dooden vallen; het oorlog voeren by deze onbe- schaafde volken is niets anders dan een gestadig vernielen» of beschadigen van elkanders eigendommen; sago-doessons ,.

Hoe laf en laaghartig de strandbewoners van Geram ook: Be handel op Keij bepaalt zich tot den invoer van lijn- waden , gongs , koper- en ijzerwerk , wapens en oliefantstan- den, en den uitvoer, voornamelijk van houtwerken. Vooral heeft zich in de laatste drie jaren meer scheepvaart daar vertoond tot afhaal van balken en planken; schepen van Ambon en Makasser hebben gröote hoeveelheden uitgevoerd en belangrijke voordeelen behaald; het höwt van deze eilan- den is dan ook allerprachtigst ; de soorten van hout zijn menigvuldig, de hoedanigheid is uitmuntend, de lengte en dikte zijn verbazend.

De negorijen op de Keij-eilanden zijn ruim vijftig in ge- tal, verdeeld in twaalf distrikten, groot en klein dooreeo gerekend; elk diètrikt wordt bestuurd door eenen orang kaja , die eenige mindere hoofden onder zich beeft.

Zij oefenen in den regel niet veel gezag uit en genieten vam hunnen stand ook geene voordeden. Zoo als de naam Aroe aanwijst is het eene groep of een arehipel van vele eilanden. De grootste daarvan zijn: Veel magt werd gewoonlijk niet gebezigd , om die plaatsen meester te worden eu de bezettingen, die.

In het bQglo dezer eeuw werd van de Aroe«eiIaudeu aU« 78 bezetting weggenomen en de handel aldaar aan zich zelven overgelaten , hetgeen reeds voortgevloeid was uit de overname door Nederland , van alle landen , die de Compagnie in bestuur gehad had. Reeds vroeger was het voordeel , dat de handel voor de Oost- Indische Compagnie opleverde , veel verminderd door den toe- nemenden invloed van vreemde handelaren , vooral Boeginezen en Makassaren, die niettegenstaande het stelsel van monopolie, hunne handelsondernemingen ook daar wisten voort te zetten en zich door de geringe magt der Compagnie weinig tegenge- werkt zagen.

Ten gevolge van den verlaten toestand, waarin de Aroe- eilanden gebragt werden , erlangden de Boeginesche en andere handelaren hoe langer hoe minder belemmering in hunne bewe- gingen en zagen zich eindelijk geheel meester van de markt, zoodanige prijzen bjj verkoop of ruiling bedingende als hun het meest voordeelig schenen. Het gevolg van dien toestand zal hieronder vermeld worden. Van uit zee gezien , komende van het westen , doen de Aroe- eilanden zich onaanzienlijk voor; het land is zeer laag, met hoege- naamd geene verhevenheden , die tot bijzondere kenteekenen kunnen dienen.

Tusschen elk der- laatstgenoemde eilanden is eene passage voor schepen , ook tusschen eenige der andere , die nog tot den zoogenaamden Voorwal behooren. Aan de oostzijde van het eiland Wammer wordt eene kleine baai ge- vormd tusschen twee tandjongs , die beide Tandjong Wammer Timor genaamd zijn; vele deskundigen beweren , dat die plaats in alle moessons volkomen veilig is , en voor het handelsver- keer niet minder geschikt dan Dobo.

Vooral rondom de eilanden van den Achterwal , d. De eilanden Kabroor, Maikor, Watelee en eenige andere zijn meer heuvelachtig dan de overige en bezitten, volgens getuigenis der inlandsche hoofden, goede tuingronden, waar- van echter alleen partij getrokken wordt tot den aanplant van eenig suikerriet , eenige sirih , djagong en aard vruchten voor eigen gebruik.

Op den voorwal worden in het wild de indigoplant, ta- roem kembang en de katoen kapas zeer veel gevonden ; de inlander gebruikt de eerste zeer zelden, en tot geen ander doel dan het verwen van wit linnen; de kapas wordt doov hen nog minder gebruikt, daar de vrouwen het spinnen en weven niet verstaan en luiheid onder alle te groot is, voor zulken arbeid. Door middel van pijl en boog weten de inboorlingen dezen vogel juist te treffei», hetzij in de vlugt of op de toppen der hoogste boomen , die het.

Zwar- te kakatoea's zijn ook niet zeldzaam, maar worden weinig gevangen , uithoofde der moeite van ze in het leven te houden. Ook is alleen op het eiland Workai eene soort van wilde eenden , die van de gewone eenden onderscheiden zijn door eene krom- ming aan den bek en kortere pooten ; zij zijn in het wild niet schuw , gemakkelijk te schieten en leveren een smakelijk geregt. Eene poging om acht jongen, uit het toevallig gevonden nest gehaald en te Dobo te koop gebragt, naar Ambon m over te voeren, mblukte, vermoedelijk ten gevolge van de zee- lucht en het niet juist gekozen voedsel.

De bosschen van de Aroe-eilanden worden wijders bewoond door eene groote menigte varkens en eindelijk nog door mil- lioenen bloedzuigers , die den wandelaar weldra van hunne te- genwoordigheid bloedige bljjken geven.

Proeven met deze dieren op menschen hebben hunne bruik- baarheid bewezen. Op Wassier , waar vóór ongeveer tien jaren drie paren herten ter voortteling zijn henen gebragt, zoude in , volgens opgave der inlandsche hoofden, een veertigtal dier beesten aanwezig zijn. Eondom de geheele groep wordt vooral veel gevonden de blaas visch of opblazer , in allerlei verscheidenheid ; na den vloed , op de droog gevallen riffen loopende , is het een allerzonderlingst gezigt deze vischsoort te zien liggen, die dan doorgaans bolrond opgeblazen, en door zijne groote groene oogen en 82 velerlei kleuren gemakkelijk te vinden is.

Op dezelfde riffen zijn eene menigte tripangs te vinden , zoomede eene soort van zwarte, zachte, lijmige zelfstandigheid; bij aanraking meteen stuk hout krimpt dezelve in een en is moeyelyk, zonder be- schadiging, van de koralen af te scheuren.

De bevolking, die de Yoorwals-eilanden der Aroe-groep bewoont, is afkomstig van de voormalige Banda bewoners, die na de gedurige oorlogen hun land verlieten en ook gedeel- telijk op Aroe een nieuw te huis zochten. Het is echter wel aan te nemen, dat een deel der bevolking van den Voorwal afstamt van Alfoeren , oorspronkelijke bewoners der Aroe-groep. Bij de ontdekking dezer eilanden, in het jaar , werden ook op den Voorwal Alfoeren gevonden, benevens weinige Ma- homedanen.

De Alfoeren zijn welligt door de nieuw aangeko- menen , hetzij met geweld verdreven naar den Achterwal , of uit weerzin tegen den Mahomedaanschen godsdienst , die door de vreemde oosterliogen , en tegen den Christelijken godsdienst , die door de Nederlanders werd voortgeplant , uit eigen beweging naar den Achterwal verhuisd , maar geloofwaardige Inlandsche hoofden van den Voorwal verzekeren dat hunne voorvaders Al- foeren waren en tot het Christendom zijn overgegaan. Ma- kassaren en andere vreemde handelaren , die reeds bij de komst der Nederlanders op Aroe gevonden werden , hebben den Islam daar voortgeplant.

Door de zorg der schoolmeesters kunnen later juiste opga- ven der bevolking verwacht worden. De Alfoersche hoofden van de Achterwals negorijen heb- ben zoodanig onderscheidingsteeken nooit willen aanvaarden , omdat hunne voorvaderen het ook niet gebruikt hebben. Zeer weinig gezag oefenen de hoofden over de bevolking uit; voordeelen levert hun ambt evenmin op, zoodat ze ei- genlijk niet veel meer zijn dan vertegenwoordigers der negorij bij het bezoek van Europesche ambtenaren.

De negorijen zijn onaanzienlijk en onrein; de huizen, op hooge palen gebouwd , zy n zonder eenige orde dooreen geplaatst ; in de Christen negorijen Durdjella en Wokam zijn kerkgebouwen, van klipsteen opgetrokken , ongepleisterd en zonder eenige ver- siering. Wangil en Maikor bezitten slechts bamboezen lokalen tot kerk en school ; Oedjir , eene Mahomedaansche negorij , heeft bij de plaatsing der huizen meer orde en bezit een goed on- derhouden meaigit.

De zedelijke toestand der bewoners laat veel te wenschen over ; dit is trouwens niet anders te verwachten. Behalve de kortstondige bezoeken van den predikant Kam in en van den predikant Brumund in , bleven deze menschen 84 van geestelijke zorg verstoken. Natuurlek is deze zeer oppervlakkig en niet veel anders dan prevelen van formulieren en opvolging van vormen , die zij van de Makassaarsche en Boeginesche handelaren heb- ben afgezien.

Goedhartigheid in groote mate kenmerkt de bewoners van Aroe , zoowel Voor- als Achterwallers ; hunne zeden en gewoon- ten zyn in de hierboven genoemde tijdschriften naauwkeurig be- schreven, het bijgeloof is bij hen verbazend groot, zelfs bij de Christenen, die soms barbaarsche daden uitvoeren om ziekten te genezen of ongelukken te weren. Toen de ouders zijne ver- rig tingen vernamen, werd hij gebonden en opgesloten en stierf kort daarna: Vele dergelijke voorvallen worden verhaald , meer nog bij de Alfoeren , dan op den Voorwal.

Hier worden groote waarden geofferd aan geesten , die rotsholen en de zee bewonen , zon- der ooit een ménschenofier te vorderen. Hunne aanraking met de handelaren , die juist door deze zwakheden hun voordeel weten te doen, is niet geschikt om meer beschaving te verspreiden. Alleen een geregeld dagelijksch bestuur van Europesche ambtenaren kan eene verandering ten goede over alle aangelegenheden dezer eilanden brengen.

De producten van de Aroe-eilanden zijn ; paarlemoer , paar- len , tripang , vogelnestjes en schildpad ; deze zijn de artikelen van handel tusschen de bevolking van Aroe en de vreemdelin- gen. Houtwerken waarvan belangrijke hoeveelheid wordt, uit- gevoerd, verschaft de vreemdeling zich door aankap in de bos- schen , met eigen middelen , zonder eenige schatting te betalen. Op welke wijze de handel op Aroe gedreven wordt, is zeer juist beschreven door den heer Bosscher. Het tegen- woordig bestek laat geene herhaling daarvan tf e ; alleen eenige aanvullingen tot den tegenwoordigen tijd kunnen hier plaats vinden.

Het gebruik van arak en andere sterke dranken neemt onder de bevolking toe ; zoowel bij de Christenen als bij de Mahomedanen en Alfoeren is arak de meest geliefkoosde drank en het gewone onthaal voor vrienden. Dit toenemend ver- bruik zal welligt ook medewerken tot achteruitgang van de nijverheid. Diverse soorten van lijnwaden van Europeschen en Aziatisehen oorsprong, zoomede sago en rijst, zijn de voornaamste arti- kelen van invoer.

Niet alleen is de bevolking van Aroe de ver- bruikster van hetgeen ingevoerd wordt, maar een groot aantal der bewoners van Keij en Croram komen in den handelstijd op Aroe , praauwen , sago en aard vruchten te koop brengen , en voorzien zich dan , van hetgeen de handelaren hebben aangevoerd om hunne oogen te streelen..

Van de bevolking van Keij is het te begrijpen, dat zij eene naburige plaats zoekt, waftr de handel levendiger is dan bij haar , doch van die van Goram zon verwacht kunnen worden, dat zij hare sago of andere producten , op andere , meer naburige plaatsen dan de Aroe- groep ging van de hand zetten of wel de aankomst der handelaren te Gk ram afwachtte.

Gekleurde stoffen , sarongs en hoofddoeken gebruiken deze eilandbewoners zelden; hunne sago wordt op Aroe niet duurder betaald dan te Amboina of Banda; welke redenen zij hebben tot de reizen naar de Aroe-eilanden valt moegelijk te gissen ; hun daarnaar vragende , antwoorden zij een- voudig dat hunne ouders en grootouders het hun geleerd hebben. Van Maart tot aan het einde der oostmousson komt zeer zelden nog een vaartuig ten handel ; van April tot Augustus vertrekken de meeste handelaren om tegen December of later terug te komen.

De invoer gedurende het handelssaisoen van werd op- gegeven als volgt: Ongebleekt katoen , ps. Grarens en ongesponnen katoen. Java , Boegies , Gorontalo en Bengalen , kodies èi ƒ 60 gemiddeld. Genever, in kelders 30 è, ƒ Roode wijn , in kisten II a ƒ Champagne , boter , sardijntjes, saucis Aarden kommen, borden, schotels. Sabels van verschillend model, ps a ƒ 5 Geweren van do. UW ijzer, spijkers haken. Koperen kommen, bekors, borden Groote en kleine glazen en karaffen Diverse kramerijen als: Totaal goederen van Europ.

Arak, in kelders è. Anijsdrank in kisten van 16 bottels , 50 kisten a ƒ 8. Amfioen, ballen è, ƒ Olie van klappa en katjan , pikols a ƒ 15 Djagong, klappa en aardvrachten van Keij Koperen gongs, Avaaronder echter eenige van Europ.

Olifantstanden , die een middel van betaling zijn op de Aroe-eilanden , en tot geen ander einde hoegenaamd dienen, werden in de laatste drie jaren niet aangebragt; als reden daarvan wordt door de Boeginezen genoemd, de oorlog in Britsch-Indie.

Onder de te koop gestelde geweren met bajonetten waren soortgelijke, als thans voor weinig geld in de Artillerie ma- gazijnen gekocht kunnen worden. De uitvoer voor wordt gerekend op de volgende hoe- veelheden, die in April reeds grootendeels gereed lagen ter- verzending Paarlëmoerschelpen , pikols è.

Hoewel ƒ 60 hierboven genoteerd is, werden ook voor enkele pikols hoogere prijzen 1 est6ed tot ƒ De scheepvaart op de Aroe-eilanden bepaalt zich tot het jaarlij ksch bezoek van gemiddeld twee ravaar tuigen en een dertigtal paduakans: De bevolking van Aroe gaat zelden buiten hare eilandgroep; eene enkele reis naar Keij of Tenimber behoort tot de belangrijkste gebeurtenissen ; verder dan die plaatsen gaat zij lievdr niet uit eigen beweging.

Het bovenstaande beknopte overzigt is door schrijver dezes in het jaar opgemaakt on werd door de dagbladen op Java gepubliceerd. In het jaar op Aroe zijnde , viel het moeijelijker zulke gedetailleerde opgaven te erlangen, doch werd alleen uit vrij zekere bronnen vernomen , dat de invoer bedragen heeft: De voornaamste bestemming van dit ar- tikel is naar Frankrijk; van Makasser of Singapore wordt Qok eene geringe hoeveelheid naar China gezonden.

De handel op Aroe is thans uitsluitend in handen van Europesche, Chinesche en Boeginesche kooplieden van Ma- kasser. Vreemdelingen moeten beginnen met de bijzondere wijze van handelen aldaar, te leëi-en, en zullen niet spoedig in hunne 'onder- nemingen slagen, wanneer zij niet vooraf, door reeds geves- tigde en bekende handelaren, bij den Alfoer zijn bekend ge- maakt.

Bij Boeginezen bestaat als het ware monopolie van den handel op Aroe ; zij kunnen degenen , die met hen concur- reren , wel niet geheel verdringen , maar het is op vele plaat- sen van hen afhankelijk om met de Aroebevolking in handels- aanraking te komen.

In elke negorij worden Boeginezen dan ook gevonden , zoowel op den Voor- als op den Achterwal , al- waar zij door het verkoopen van goederen op crediet , hoofden en minderen aan zich weten te binden.

Sommige keeren jaar- lijks met het invallen van den oost-mousson terug naar Ma- kasser; andere blijven een of meer jaren op Aroe doorbren- gen , er zijn er , die reeds tien jaren achtereen gebleven zijn , niettegenstaande het bij herhaling gegeven bevel , om jaarlijks terug te keeren, tenzij vergunning tot achterblijven zij ver- kregen, van den reizenden ambtenaar.

Wanneer de schuld, die de Alfoer bij den handelaar gemaakt heeft , niet gedurende denzelfden moussou is aangezuiverd, blijft hetgeen in minde- 93 rlDg is voldaan, hetzij veel of weinig, alleen tot rente die- nen en de hoofdschuld blijft even groot.

Op dezelfde wijze moet in een volgend jaar het geheele schuldbedrag binnen ëén mousson afgedragen worden, of het alsdan betaalde ge- deelte blijft alweder het eigendom van den Boegineschen han- delaar, zonder dat de schuldenaar zijnen last verligt' ziet, maar integendeel door nieuwe aankoopen om in zijne behoefte te voorzien , zich hoe langer zoo dieper in schulden steekt.

De Boeginees blijft zich' dan niet alleen in de negorij ophouden , maar begeeft zich ook naar de duikplaatsen , waar hij telkens alles wat de visscher opduikt van hem afneemt, onder het voor- wendsel dat het tot schuldvermindering zal strekken. Hoe grooter de vorderingen des handelaars zijn, des te meer is ook zijn invloed over al het negorijvolk.

On- der dit voorwendsel nam zij wraak ; plunderde en vernielde de te Watelee aanwezige handelspraauwen en doodde twee Boe- ginesche handelaren. Hot dadelijk gevolg daarvan was dat de Wateleezen naar hunne bosschen trokken en hunne visscherijen grootendeels staakten. De handelaren schenen echter niet voornemens tot eenen 94r krijg tegen de Wateleezen, zooals in vroegere jaren, zelfs ten tijde der Nederlandsche vestiging op Wokan , dikwerf door hen tegen dit volk gevoerd was.

Toen korten tijd na de beschreven gebeurtenissen , een Euro- peesch ambtenaar Aroe bezocht en niet schroomde naar Wate- lee te gaan , werd , na ernstig onderzoek , een drietal der hoofd- aanleggers gevankelijk weggevoerd, en aan de Wateleezen de vergoeding opgelegd der schade, die zij door den brand en de vernieling der praauwen aan de handelaren hadden veroorzaakt , hetgeen zij aannamen en beloofden binnen den gestelden tijd van twee jaren te zullen bewerkstelligen.

Die belofte werd niet nagekomen ; vier jaren later was nog bijna niets afgedragen en de Alfoeren, zuchtende onder dien druk, besloten andermaal de handelaren te verdrijven, tot welk einde zij zich door de Alfoeren van Dosie lieten belooven , dat deze al de praauwen , die de soengie naar den Achterwal mogten willen passeren, den doortogt beletten en de opvarenden dooden zouden. De soengie loopt tusschen de eilanden Wakam en Kobroor; op laatstgenoemd eiland ligt in het gebergte de negorij Dosie , waar- van de bewoners bekend staan als de meest ruwe en wreede der geheele Aroegroep, en zelfs verdacht gehouden worden menschen te eten.

Door deze voorvallen was de handel met Watelee geheel vernietigd ; de na den brand nieuw opgebouwde negorij werd weder verlaten en in de ontoegankelijkste wouden zochten de Wateleezen eene schuilplaats tegen mogelijke vervolgers. Het zou met den invloed en het gezag des Gouvernements gedaan geweest zijn , wanneer deze stout- heid lijdelijk ware aangezien; met eene landingsdivisie van de oorlogskorvet P alias , toog de ambtenaar nogmaals naar Watelee, ondervond op zijnen weg en aldaar feitelijken te- genstand en moest tot zelfverdediging, menigmaal de kracht der wapenen doen gelden.

Alleen het negorij hoofd van Wa- telee betoonde zich onderworpen en verklaarde niet te dur- ven instaan voor zijne onderdanen , die zijne bevelen in den wind sloegen. Op zijn verzoek, en ter bestraffing , werd Wa- telee aan de vlammen prijs gegeven , eene menigte wapens bemees- terd en twee hoofden werden gevangen genomen. Deze maat- regel had het goede effekt dat in het daaropvolgende jaar , bij het weder bezoek van den reizenden ambtenaar , de Wateleezen op den Yoorwal kwamen , hetgeen zij anders niet gaarne doen en, om vergiffenis smeekende, hunne onderwerping aanboden, belovende de schuld aan de handelaren aan te zuiveren.

Sedert is de handel op Watelee weder geopend en zijn de handelaren rustig toegelaten, zonder dat echter veel op het oude is afbetaald, waarop het echter goed zal zijn niet te veel aan te dringen. De Wateleezen bezitten even als de andere volkstammen der Aroe-eilanden goede hoedanigheden, maar de zachtste in- borst moet tot razernij overslaan wanneer vreemdelingen, schijnbaar te goeder trouw, doch inderdaad met geweld, alle bezittingen en kostbaarheden wegrooven en altijd nog schuld- eischers blijven.

De belangrijkheid der Aroe-eilanden, zoowel voor den handel als om derzelver geographische ligging aan den zoom der Nederlandsch-Indische bezittingen, maakt het wensche- lijk een vast besturend personeel daar te plaatsen. De belangstellende zorgen van h'et Grouvernement zuUea waarschijnlijk spoedig in de behoefte aan beter toezigt over deze landstreken voorzien. Ruim dertig mijlen zuidwest van den Aroe-archipel lig- gen 'de Tenimber- of Timor-laut-eilanden. Sedert vele jaren ontbrak de gelegenheid ook daarhenen eene commissiereis te rigten; het laatst werden ze bezocht in het jaar , zijnde alstoen eene ernstige tuchtiging der in verzet zijnde bevolkihg noodig geacht en uitgevoerd.

Meermalen heeft deze bovolking zich dergelijke strajQTen op den hals gehaald. Deze weinig vreedzame omgang heeft in den weg gestaan aan het verkrijgen van meerdere kennis van deze eilanden en derzelver bewoners. De handel op de Tenimber-eilanden wordt meest gedreven door Boeginezen en bestaat hoofdzakelijk in ruilhandel, van lijnwaden, koper- en ijzerwerk tegen tripang en schildpad. Zij worden Zuidwester-eilanden genoemd, omdat zij ten zuidwesten liggen van Banda , onder welke residentie zij bij staatkundige indeeling gesteld zijn; zij dragen de volgende namen ; Wetter , Kisser , Roma , Letti , Moa , Loeang , Ser- mattan, Babber, Damme, Tion, Nila, Seroea en Keki, met nog zes-en-twintig andere kleinere eilandjes.

Het is nergens gebleken welke bestuursbe- ginselen door hem gevolgd werden of welke voorschriften hem ten dien aanzien gegeven waren.

Op de meeste eilanden, met name op Wetter, Kisser, Roma, Lettie, Moa, Sermattan, Babber en Damme waren steenen versterkingen met eene militaire bezetting , bestaande uit ééa onderofficier of korporaal en een paar soldaten. Op Kisser bestond de bezetting uit één. Dit bestuur, in do laatste tijden der Compagnie meest geheel aan zichzelven overgelaten , verloor allengs alle mid- delen om het gezag te handhaven , vooral over de verder verwijderde eilanden.

De laatste der opzieners was zekere van Yperek, die, toen in het begin van het Engelsch tusschenbestuur deze post werd ingetrokken, naar Amboina terugkeerde. Een en- gelsch vaartuig bezocht daarna de eilanden, nam alles mede wat nog aan wapening voorhanden was , en liet aan de nog aanwezige soldaten de keus om te blijven of terug te keeren.

Eenige , die daar getrouwd waren , bleven en uit hen en do nagelatene betrekkingen van vroegere bestuurders zijn de mestiezen ontstaan, die daar nog gevonden worden. Zoo lang een direct bestuur aanwezig was , bevonden zich ook Ambonesche schoolmeesters op de Zuidwester-eilanden; na de intrekking van het bestuur bleven sommige hunner daar achter.

Kam, die in voor het eerst die eilanden weder bezocht, vond het onderwijs in een' cllcndigen staat. Hij zond nieuw personeel daarheen ; later nam het Gouverne- ment daartoe de zorg op zich en thans zijn aldaar in vijf verschillende gemeenten vijf schoolmcc. Te gelijk met den predikant Kam , op zijn eerste bezoek- reis, was te Kisser aaDgekomen de zendeling Le Bruijx die, op Koepang geplaatst, van daar eene reis naar deze eilanden deed.

Onder de ellende , die de zendelingen op deze eilanden moes- ten doorstaan, was vooral in het jaar een hongersnood verschrikkelijk ; het verwacht wordende vaartuig van Koepang. Domsiers stierf, en toen in eene kleine schoener van Delhi, Lettie aandeed , besloten Luuk e en Holtz Bür was reeds in vertrokken zich met vrouw en kinderen naar Amboina te begeven en daar hulp te vragen ; doch daar aankomende, ontvingen zij de tijding dat het Nederlandsche Zendelinggenootschap de missie op de Zuidwester- eilanden opgeheven had.

In het jaar is sedert dien tijd , het eerste kerkelijke bezoek naar Lettie gebragt ; de andere eilanden konden niet be- reikt worden. Het wederplaatsen van zendelingen op deze eilanden is thans in overweging bij het bestuur der Molluccos. Goed ouderhou- 99 den kerken en zen delings woningen getuigen nog altijd van de hoop der bevolking om weder zendelingen in haar midden te zien.

Het getal Christenen bedroeg in op Kisser De laatste wonen op Kisser, in eene afgezonderde negorij ,' en vermengen zich niet met de bevolking.

Het zijn blanke men- schen met blaauwe oogen en blond haar , die overigens in taal ,' kleeding en voeding , weinig van de Alfoeren te onderscheiden zijn. Zij zijn zeer arm en erneren zich met landbouw , veeteelt en kleinhandel. Men vindt onder hen de namen van Joosteks, Bakker, Visskr en anderen. De bevolking der geheele eilandgroep kenmerkt zich door eene gelijkheid van taal , zeden , godsdienstige en maatschap- pelijke instellingen.

Vooral is dit geval met de standverdeo- ling, die op ieder eiland teruggevonden wordt. Ook konden stamboeren tot den stand van vrije boeren overgaan , wanneer zij bij onvermogen der marna , waartoe zij behoorden de boete betaalden, die aan deze wegens mis- drijf mogt zijn opgelegd.

De vrij drukke vaart van vele der Zuidwester-eilanders op den oosthoek van Groot Timor gaf, van de vroegste tijden af, aanleiding tot slavenhandel. Do laskars worden onderscheiden in gekochte, stam- en vrije slaven. Gekochte slaven zijn op Timor geboren en van daar naar de eilanden overgovoerd; zij kunnen aan derden verkocht worden ; hunne kinderen worden stamslaven genoemd en worden nimmer verkocht.

Sterft eene slavenhoudende fa- milie uit , dan worden de slaven vrij en erven een gedeelte van den bodem hunner meesters; zoo zijn de vrije slaven ontstaan. Huwelijken tusschen marna-meisjes en boeren hebben nimmer plaats ; onwettige zamenleving wordt met den dood of met zeer zware boete gestraft.

De meeste marna- meisjes zijn nimmer in de gelegenheid te trouwen. De taal der inlanders is dezelfde als die op Oost-Timor gesproken wordt ; alleen op de eilanden Damme en Teon wordt eene andere taal gesproken , die naar de verklaring der inlan- ders dezelfde moet zijn als die der Tenimber-eilanden. De voornaamste produkten der Zuidwester-eilanden zijn was, tripang en schildpad.

In bedroeg de uitvoer: Thans is de handel bijna geheel in handen der Boeginezen, die voor- al op Loeang langen tijd , voor de tri pang visscherij , vertoeven. De invoer bestaat uit geweren , kruid , koperen gongs , ko- perdraad, lijnwaden, aardewerk, ijzerwerk enz. De eilanden Wetter, Sermattan, Damme en Babber wor- den door de handelaren bijna nimmer aangedaan , uit vrees voor de woestheid en roofzucht der bewoners. De veestapel is voor deze kleine eilanden vrij belangrijk te noemen.

Varkens, geiten en schapen zijn in groote menigte voor- handen. Van buffels en paarden wijst het volgende staatje over het jaar de cijfers aan: Boma — Lettie Na hem werd in het jaar , de heer Muller, kom- mandant van de brik Nautulus , daarheen in kommissie gezon- den; hij bezocht mot dat vaartuig al de eilanden. Daarna deed de kommissaris Weddik in Damme aan , en werden later de zendingen aan ambtenaren van Am- boina toevertrouwd, die in , , , , , en met oorlogsvaartuigen daarheen gingen, ge- woonlijk mot onbepaaldü volmagt om naar bevind van zaken te handelen en zoodanige maatregelen te nemen, als zij tot handhaving van het gezag en den invloed van het Neder- landscho Gouvernement noodig achten.

Het bestuur over do Zuidwester-eilanden wordt gevoerd door, van Gouvernements wege aangestelde hoofden, waarbij als eene eigenaardigheid mag worden opgemerkt , dat de erf- opvolging niet geschiedt in de regte lijn maar in de zijlinie , in dier voege, dat steeds do zusters zoon des overledenen hem in het bestuur opvolgt.

Verder bepaalt zich het bestuur over die eilanden tot de daden van gezag, die aldaar van tijd tot tyd door de rei- zende ambtenaren worden uitgevoerd. Wetter is een groot, steil uit zeo opreizend, bergachtig eiland; voor zoo ver bekend is, zonder koraalriffen. Van uit zee gezien , doet het land zich zoowel op de noord- als op de zuidkust sterk geaccidenteerd voor. Overal loopen steile bcrgribben van uit het binnenland naar zee en vormen landpunten ; het is weinig begroeid , en donkergraauw gekleur- de, kale rotsen vertoonen zich overal.

De handelsuitvoer wordt geraamd op pikols was en J pikol schildpad 's jaars. De handelaren van Alor bren- gen aldaar, kain alor, kain lipa, klewangs on gongs; die van Ferassa Delhi brengen Timorsche kleedjes, geweren en kruid. De Aiorezen zijn de eenige, die langs de geheele kust van Wetter handelen; de overige handelaren, meest van Parassa en Kisser, doen alleen Sauw aan en wagen zich niet op de kust, uit vrees voor de woeste berg-Alfoeren , omtrent welke juiste opgaven ontbreken, doch van welke alge- meen de meest slechte en onbeschaafde hoedanigheden wor- den verhaald.

Het eiland Kisser of Makisser is de vroegere zetel van hot bestuur ; het heeft.










Sappig poesje lekker jong en geil

  • Sex en jong sop kutje
  • Er bestaan voorbeelden dat praauwen van de stranden zijn geweerd met scbietgeweer, omdat ze vlugtelingen bevatteden uit aangetaste negorijen. Niet alleen is de bevolking van Aroe de ver- bruikster van hetgeen ingevoerd wordt, maar een groot aantal der bewoners van Keij en Croram komen in den handelstijd op Aroe , praauwen , sago en aard vruchten te koop brengen , en voorzien zich dan , van hetgeen de handelaren hebben aangevoerd om hunne oogen te streelen..
  • Gratis facetime sex prive ontvangst leiden
  • Lesbische seks neuken in emmeloord